Vrijheid van meningsuiting? Ja! Maar dan ook voor iedereen.

Open Up! Column door Daan Welling

Het debat over racisme en Black Lives Matter! heeft geleid tot een brief ondertekend door politici, journalisten en opiniemakers waarin ze hun zorgen uitten over het in hun ogen intolerante maatschappelijke debat. Ze zijn bang dat hun platform hen ontnomen kan worden door een intolerante massa die hen wilt ‘cancellen’. Wij zijn het eens met het belang van een open debat. Maar de auteurs en ondertekenaars zien één ding over het hoofd: veel mensen krijgen niet eens de kans om het podium op te klimmen.

Laten we eens kijken naar de opstellers en ondertekenaars van de brief. Het overgrote deel van hen is hoogopgeleid. Zo hebben ze banen als politicus, hoogleraar, onderzoeker, of journalist. Daardoor hebben ze veel bagage meegenomen die hen helpt het maatschappelijk debat binnen te dringen. Ze kennen de juiste mensen. Ze zitten bij invloedrijke clubs. En ze hebben geleerd hun argumenten uit te diepen op de universiteit. 

Hoe anders is dat voor veel anderen in Nederland. Debatcentra en hoofdkantoren van kranten bevinden zich vooral in de rijkste wijken van een stad. Ze slagen er nauwelijks in de buitenwijken, voorsteden, of dorpen te bereiken. Jongeren daar ervaren dat er vooral over hen, en nauwelijks met hen gepraat word. En er zijn ook subtielere effecten merkbaar. Zo is het Nederlands in onze overlegcultuur heel erg ABN – spreektaal, zeker jongerentaal komt nauwelijks voor. Jongeren die opgroeien in deze wijken moeten leren code switchen als ze mee willen doen aan dit debat.

Het gevolg? Het maatschappelijke debat is een te nauwe afspiegeling van mensen die zich dankzij hun bestaande netwerken en opleidingen op de bestaande podia kunnen invechten. Op die podia is te weinig ruimte voor een geluid van mensen die niet het geluk te hebben gehad zich daarin te kunnen bekwamen.

Een beter debat – mét jongeren

Het grote gebrek binnen ons maatschappelijk debat is niet dat één groep hoogopgeleide mensen een andere groep met diploma’s van het podium af zou willen duwen. Het probleem is dat we er niet in slagen om een trap naar het podium te bouwen waar een groter gedeelte van de Nederlanders op kan lopen.

Zo’n trap oprichten kost tijd en moeite. Jongeren moeten nu overtuigd worden dat hun stem er ook toe doet. Er moet energie besteed worden om debatten in te richten waarin zij zich gehoord worden. En het kan geen kwaad om hen te helpen bij het verwoorden van hun meningen en wensen, in plaats van ervan uit te gaan dat iedereen die een microfoon voorgeschoteld krijgt automatisch van wal steekt.

Het verbreden van het podium is een grotere uitdaging voor het maatschappelijk debat dan bepalen wie nu op het podium mag blijven staan.

Wil je reageren op deze column? Wil jij bijdragen aan het activeren van jongeren in het maatschappelijk debat? Neem dan contact met ons op.