Dit vinden jongeren van stagediscriminatie
Wat verstaan de studenten onder discriminatie tijdens het vinden van een stageplek?
– Beoordeeld worden op het uiterlijk. Denk aan huidskleur, tatoeages, haar- structuur en/of stijl, gewicht (“fat shaming”).
– Beoordeeld worden op etniciteit.
– Beoordeeld worden op voor- of achternaam.
– Beoordeeld worden op gender. Denk aan man vs. vrouw vs. non-binair.
– Een lagere vergoeding ontvangen dan een studiegenoot met exact hetzelfde aantal uren tijdens het bekleden van een identieke functie.
– Geen goede constructieve reden ontvangen na een afwijzing.
Wat kan een student doen tegen het probleem discriminatie, tijdens het vinden van een stageplek?
– Een goed gesprek aangaan met de werkgever en vragen om constructieve feedback.
– Informatie inwinnen bij anderen zoals collega’s op de werkvloer.
– In gesprek gaan met medestudenten, ook als zij bij een ander bedrijf stage lopen ter vergelijking.
– Een gesprek aangaan met de stagecoördinator.
– Een gesprek aangaan met de mentor.
Wat kan een school doen voor een student tegen het probleem discriminatie, tijdens het vinden van een stageplek?
– Naast de stagecoördinator moet een school nog een functie creëren dat zich bezighoudt met de vorderingen tijdens het vinden van en/of lopen van een stage(plek). Studenten geven aan dat een stagecoördinator zich alleen bezig houdt met algemene taken in de begeleiding. Studenten ervaren dat een stagecoördinator te veel studenten begeleid om efficiënt hulp te bieden.
– Een meldpunt “stage discriminatie” creëren op school, omdat discriminatie ook kan plaats vinden tijdens een stage.
– Lessen inrichten waarbij de focus compleet ligt bij solliciteren. Denk aan CV-lessen, solliciteren met acteurs en het opstellen van motivatie brieven.
– De druk op leraren ligt te hoog, studenten verwachten niet dat bestaande docenten de aanbevelingen horen op te pakken. Zij vinden dat er nieuwe functies op de scholen gecreëerd moeten worden om de vraag naar hulp in te vullen.
De komende drie punten hebben indirect invloed op het vinden van een stageplek en scholen zouden hieraan moet werken.
– Het verschil tussen de niveaus, (niveau 1, 2, 3 & 4), op het MBO en de daarbij behorende stigma moet aangepakt worden vanuit de school. De kwaliteit moet in elke les gewaarborgd worden ongeacht het niveau.
– Het wisselen van docenten zou bewaakt en tegengegaan moeten worden door middel van lopende contracten met een docent. Het wisselen van docenten zorgt voor chaotische lessen en heeft een negatieve invloed op de kwaliteit en de inhoud.
– Open dagen zouden willekeurige dagen in het jaar moeten zijn waarin studenten langs komen op een school in plaats van geplande en ingerichte dagen. De huidige open dagen schetsen een onrealistisch beeld vergeleken met de realiteit.
Wat kan de gemeente doen voor een student tegen het probleem discriminatie, tijdens het vinden van een stageplek?
– Advies geven aan bedrijven om de regels voor het aannemen van studenten makkelijker maken te maken.
– Een document opstellen die een student kan aanvragen bij het Gemeente Loket waarin een verklaring staat dat de student bekwaam is. Net zoiets als een VOG.
– De gemeente moet zelf plekken creëren in hun eigen apparaat om MBO’ers aan te nemen.
– Het stigma van de MBO moet eraf door middel van een langdurige campagne. MBO’ers hebben het gevoel dat zij minder serieus worden genomen dan HBO’ers en WO’ers.
– De gemeente zou één keer per kwartaal een stagemarkt moeten organiseren om de drempel naar een sollicitatie te verlagen.
Wat kan een bedrijf doen voor een student tegen het probleem discriminatie, tijdens het vinden van een stageplek?
– Bedrijven moeten open staan voor MBO’ers en vacatures opstellen die passen bij het opleidingsniveau.
– Scholen en bedrijven moeten samenwerken en meerdere stagemarkten organiseren op scholen en/of externe locaties zoals een conferentiecentrum.
– Bedrijven moeten meeloopdagen inplannen in een bedrijf en dit koppelen aan de sollicitatie proces zodat studenten de werksfeer kunnen ervaren.
– Er moet een quota ingevoerd worden dat ervoor zorgt dat er altijd een x-aantal MBO’ers aangenomen wordt bij een bedrijf.